Schrijf het twee keer op
Van 11 × 1 tot 11 × 9 schrijf je gewoon het cijfer twee keer op.
11 × 7 = 77
Jouw voortgang
Scores worden alleen op dit apparaat bewaard — geen account nodig.
De tafel van 11 begint met een cadeautje: tot en met 11 × 9 schrijf je gewoon het cijfer twee keer op. Leer hem hier met zeven oefeningen, trucs, uitgewerkte voorbeelden en printbare werkbladen.
Elf keer is tien keer plus nog één keer. Tot en met 11 × 9 schrijf je gewoon het cijfer twee keer op. Schrijf 7 twee keer op: 11 × 7 = 77.
Werk de oefeningen van links naar rechts af. Elke oefening vraagt iets meer van je en als je klaar bent, verschijnt er een vinkje. Je voortgang wordt op dit apparaat bewaard.
Kies de truc die bij jou past. Elke truc is een andere weg naar dezelfde uitkomst.
Van 11 × 1 tot 11 × 9 schrijf je gewoon het cijfer twee keer op.
11 × 7 = 77
Bij 11 × een getal van twee cijfers tel je de twee cijfers bij elkaar op en zet je het totaal in het midden.
11 × 13 → 1 (1 + 3) 3 = 143
Ken je de tafel van 10? Tel er nog één keer bij op: 11 × 7 is 10 × 7 plus 7.
70 + 7 = 77
Kijk naar het laatste cijfer van elke uitkomst van 11 × 1 tot 11 × 10. Hetzelfde patroon herhaalt zich bij de volgende tien uitkomsten, dus je hoeft het maar één keer te leren.
1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 0
11 × 3 is hetzelfde als 3 × 11. Ken je de tafel van 3, dan ken je deze som al, en dat geldt voor elke tafel die je al hebt geleerd.
3 × 11 = 11 × 3 = 33
Elke uitkomst is 11 meer dan de vorige, dus je kunt altijd verder tellen vanaf een som die je kent.
11, 22, 33, 44, 55
Hoe elke uitkomst wordt gevonden, stap voor stap.
Schrijf 6 twee keer op: 11 × 6 = 66.
De volgorde maakt niet uit: 7 × 11 is hetzelfde als 11 × 7. Schrijf 7 twee keer op: 11 × 7 = 77.
Reken 10 × 12 = 120 uit en tel er nog één keer 12 bij op: 120 + 12 = 132.
Reken 10 × 17 = 170 uit en tel er nog één keer 17 bij op: 170 + 17 = 187.
Vraag hoe vaak 11 in 88 past. Je weet dat 11 × 8 = 88, dus het antwoord is 8.
Vraag hoe vaak 11 in 154 past. Deel om het te vinden: 154 ÷ 11 = 14.
Zien dat een verhaal 11 × iets nodig heeft is een vaardigheid op zich. Reken elke som eerst zelf uit en open dan pas het antwoord.
Een lint van 44 cm lang wordt geknipt in stukken van 11 cm. Hoeveel stukken zijn dat?
In de schoolhal staan 7 rijen stoelen met 11 stoelen in elke rij. Hoeveel stoelen zijn dat?
Mila leest elke dag 11 bladzijden, 9 dagen lang. Hoeveel bladzijden leest ze?
In elk busje kunnen 11 kinderen. Hoeveel kinderen kunnen er mee in 12 busjes?
In een tuin staan 15 rijen tulpen met 11 tulpen in elke rij. Hoeveel tulpen zijn dat?
Elke toren is 11 blokken hoog. Sem bouwt 6 torens. Hoeveel blokken gebruikt hij?
Zeg elk antwoord hardop voordat je het opent. Heb je ze alle tien goed, probeer dan de test van 60 seconden hierboven.
Heb je grotere sommen nodig? Bekijk de volledige lijst van de tafel van 11 tot een van deze getallen.
Maak een blad met een of meer volledige tafels om uit te leren, of met gaten om in te vullen. Print het, sla het op als PDF via het printvenster of download een plaatje.
Maak een echte toets: meng soorten vragen, voeg redactiesommen en een tijdslimiet toe en print een apart antwoordenblad om na te kijken. Elke keer dat je op Nieuwe toets drukt, krijg je een nieuwe toets.
Elke som die je hier leert, komt ook in een andere tafel voor — 11 × 7 staat ook in de tafel van 7.