Tafel van 29

29 is maar 1 minder dan 30, dus elke uitkomst van de tafel van 29 is de uitkomst van de tafel van 30 min een beetje. Leer hem hier met zeven oefeningen, trucs, uitgewerkte voorbeelden en printbare werkbladen.

De tafel van 29

  • 29×1=29
  • 29×2=58
  • 29×3=87
  • 29×4=116
  • 29×5=145
  • 29×6=174
  • 29×7=203
  • 29×8=232
  • 29×9=261
  • 29×10=290
  • 29×11=319
  • 29×12=348
  • 29×13=377
  • 29×14=406
  • 29×15=435
  • 29×16=464
  • 29×17=493
  • 29×18=522
  • 29×19=551
  • 29×20=580

29 is 1 minder dan 30, dus reken de uitkomst met 30 uit en haal er 1 keer het getal af. Rond 29 af naar 30: 30 × 7 = 210. Haal er dan 1 × 7 = 7 af, dus 29 × 7 = 210 − 7 = 203.

Zeven manieren om te oefenen

Werk de oefeningen van links naar rechts af. Elke oefening vraagt iets meer van je en als je klaar bent, verschijnt er een vinkje. Je voortgang wordt op dit apparaat bewaard.

Jouw voortgang 0 van 7 klaar

Trucs voor de tafel van 29

Kies de truc die bij jou past. Elke truc is een andere weg naar dezelfde uitkomst.

Afronden naar 30

29 is 1 minder dan 30, dus reken de uitkomst met 30 uit en haal er 1 keer het getal af.

29 × 7 = 210 − 7 = 203

Gebruik de tafel ervoor

Ken je de tafel van 28? Tel er nog één keer bij op: 29 × 7 is 28 × 7 plus 7.

196 + 7 = 203

De laatste cijfers herhalen zich

Kijk naar het laatste cijfer van elke uitkomst van 29 × 1 tot 29 × 10. Hetzelfde patroon herhaalt zich bij de volgende tien uitkomsten, dus je hoeft het maar één keer te leren.

9, 8, 7, 6, 5, 4, 3, 2, 1, 0

Draai het om

29 × 3 is hetzelfde als 3 × 29. Ken je de tafel van 3, dan ken je deze som al, en dat geldt voor elke tafel die je al hebt geleerd.

3 × 29 = 29 × 3 = 87

Tel in sprongen van 29

Elke uitkomst is 29 meer dan de vorige, dus je kunt altijd verder tellen vanaf een som die je kent.

29, 58, 87, 116, 145

De kwadraatsom

29 × 29 = 841 is een kwadraat: 29 rijen van 29 vormen een perfect vierkant. Kwadraatsommen zijn goede ankers om vanuit te rekenen.

29 × 29 = 841

Uitgewerkte voorbeelden

Hoe elke uitkomst wordt gevonden, stap voor stap.

29 × 6

Rond 29 af naar 30: 30 × 6 = 180. Haal er dan 1 × 6 = 6 af, dus 29 × 6 = 180 − 6 = 174.

29 × 6 = 180 − 6 = 174

7 × 29

De volgorde maakt niet uit: 7 × 29 is hetzelfde als 29 × 7. Rond 29 af naar 30: 30 × 7 = 210. Haal er dan 1 × 7 = 7 af, dus 29 × 7 = 210 − 7 = 203.

7 × 29 = 203

29 × 12

Rond 29 af naar 30: 30 × 12 = 360. Haal er dan 1 × 12 = 12 af, dus 29 × 12 = 360 − 12 = 348.

29 × 12 = 360 − 12 = 348

29 × 17

Rond 29 af naar 30: 30 × 17 = 510. Haal er dan 1 × 17 = 17 af, dus 29 × 17 = 510 − 17 = 493.

29 × 17 = 510 − 17 = 493

232 ÷ 29

Vraag hoe vaak 29 in 232 past. Je weet dat 29 × 8 = 232, dus het antwoord is 8.

232 ÷ 29 = 8

29 × ? = 406

Vraag hoe vaak 29 in 406 past. Deel om het te vinden: 406 ÷ 29 = 14.

29 × 14 = 406

Redactiesommen bij de tafel van 29

Zien dat een verhaal 29 × iets nodig heeft is een vaardigheid op zich. Reken elke som eerst zelf uit en open dan pas het antwoord.

Schoolreisje

In elk busje kunnen 29 kinderen. Hoeveel kinderen kunnen er mee in 4 busjes?

Toon het antwoord
Kinderen: 29 × 4 = 116

Tulpentuin

In een tuin staan 7 rijen tulpen met 29 tulpen in elke rij. Hoeveel tulpen zijn dat?

Toon het antwoord
Tulpen: 7 × 29 = 203

Torens van blokken

Elke toren is 29 blokken hoog. Sem bouwt 9 torens. Hoeveel blokken gebruikt hij?

Toon het antwoord
Blokken: 29 × 9 = 261

Lint knippen

Een lint van 348 cm lang wordt geknipt in stukken van 29 cm. Hoeveel stukken zijn dat?

Toon het antwoord
Stukken: 348 ÷ 29 = 12

Rijen stoelen

In de schoolhal staan 15 rijen stoelen met 29 stoelen in elke rij. Hoeveel stoelen zijn dat?

Toon het antwoord
Stoelen: 15 × 29 = 435

Elke dag lezen

Mila leest elke dag 29 bladzijden, 6 dagen lang. Hoeveel bladzijden leest ze?

Toon het antwoord
Bladzijden: 29 × 6 = 174

Test jezelf: 10 vragen met antwoorden

Zeg elk antwoord hardop voordat je het opent. Heb je ze alle tien goed, probeer dan de test van 60 seconden hierboven.

1. Hoeveel is 29 × 8?
232. Acht keer 29.
2. Welk getal keer 29 is 145?
5. 145 ÷ 29 = 5.
3. Is 29 × 11 = 320?
Nee, het is 319. 29 × 10 = 290 is een goed beginpunt, tel er dan nog één keer 29 bij op.
4. Hoe vaak past 29 in 261?
9. 9 × 29 = 261.
5. Hoeveel is 29 × 0?
0. Geen enkele groep van 29 is helemaal niets.
6. Hoeveel is 29 × 15?
435. Tien keer 29 plus vijf keer 29.
7. Hoeveel is 377 ÷ 29?
13. 29 × 13 = 377.
8. Wat is groter: 29 × 9 of 9 × 30?
9 × 30 = 270. Het is precies 9 groter dan 29 × 9 = 261.
9. Wat komt hierna: 174, 203, 232, …?
261. Als je in sprongen van 29 telt, komt er steeds 29 bij.
10. Als 29 × k = 464, wat is dan k?
16. 464 ÷ 29 = 16.

Generator voor tafelbladen

Maak een blad met een of meer volledige tafels om uit te leren, of met gaten om in te vullen. Print het, sla het op als PDF via het printvenster of download een plaatje.

Tafels
Voorbeeld

Generator voor tafeltoetsen

Maak een echte toets: meng soorten vragen, voeg redactiesommen en een tijdslimiet toe en print een apart antwoordenblad om na te kijken. Elke keer dat je op Nieuwe toets drukt, krijg je een nieuwe toets.

Tafels
Aantal vragen
Soorten vragen
Voorbeeld

Vragen over de tafel van 29

Wat is de tafel van 29?
De tafel van 29 is de lijst met uitkomsten die je krijgt als je 29 met andere getallen vermenigvuldigt: 29 × 1 = 29, 29 × 2 = 58, 29 × 3 = 87, 29 × 4 = 116, 29 × 5 = 145, 29 × 6 = 174, 29 × 7 = 203, 29 × 8 = 232, 29 × 9 = 261, 29 × 10 = 290.
Wat is de truc voor de tafel van 29?
29 is 1 minder dan 30, dus reken de uitkomst met 30 uit en haal er 1 keer het getal af. Bijvoorbeeld: 29 × 7 = 210 − 7 = 203.
Hoeveel is 29 × 12?
29 × 12 = 348. Een manier om het uit te rekenen: 29 × 12 = 360 − 12 = 348.
Hoe kan ik de tafel van 29 snel leren?
Leer eerst het patroon en oefen dan elke dag een beetje. Werk de zeven oefeningen op deze pagina op volgorde af: vul de tafel in, hussel hem, koppel de uitkomsten en race dan tegen de klok. Vijf minuten per dag is voor de meeste kinderen genoeg om de tafel van 29 binnen een of twee weken te kennen.
Welke tafel moet ik leren na de tafel van 29?
Een goede volgende stap is de tafel van 30. Elke nieuwe tafel leent sommen die je al kent, dus het wordt elke keer makkelijker.