Afronden naar 20
18 is 2 minder dan 20, dus reken de uitkomst met 20 uit en haal er 2 keer het getal af.
18 × 7 = 140 − 14 = 126
Jouw voortgang
Scores worden alleen op dit apparaat bewaard — geen account nodig.
18 is maar 2 minder dan 20, dus elke uitkomst van de tafel van 18 is de uitkomst van de tafel van 20 min een beetje. Leer hem hier met zeven oefeningen, trucs, uitgewerkte voorbeelden en printbare werkbladen.
18 is 2 minder dan 20, dus reken de uitkomst met 20 uit en haal er 2 keer het getal af. Rond 18 af naar 20: 20 × 7 = 140. Haal er dan 2 × 7 = 14 af, dus 18 × 7 = 140 − 14 = 126.
Werk de oefeningen van links naar rechts af. Elke oefening vraagt iets meer van je en als je klaar bent, verschijnt er een vinkje. Je voortgang wordt op dit apparaat bewaard.
Kies de truc die bij jou past. Elke truc is een andere weg naar dezelfde uitkomst.
18 is 2 minder dan 20, dus reken de uitkomst met 20 uit en haal er 2 keer het getal af.
18 × 7 = 140 − 14 = 126
18 is het dubbele van 9, dus reken de uitkomst van de tafel van 9 uit en verdubbel die.
9 × 7 = 63, dus 18 × 7 = 126
Ken je de tafel van 17? Tel er nog één keer bij op: 18 × 7 is 17 × 7 plus 7.
119 + 7 = 126
Elke uitkomst in de tafel van 18 is een even getal, dus ze eindigt op 0, 2, 4, 6 of 8. Een oneven uitkomst is altijd fout.
18, 36, 54, 72, 90
Kijk naar het laatste cijfer van elke uitkomst van 18 × 1 tot 18 × 10. Hetzelfde patroon herhaalt zich bij de volgende tien uitkomsten, dus je hoeft het maar één keer te leren.
8, 6, 4, 2, 0, 8, 6, 4, 2, 0
18 × 3 is hetzelfde als 3 × 18. Ken je de tafel van 3, dan ken je deze som al, en dat geldt voor elke tafel die je al hebt geleerd.
3 × 18 = 18 × 3 = 54
Hoe elke uitkomst wordt gevonden, stap voor stap.
Rond 18 af naar 20: 20 × 6 = 120. Haal er dan 2 × 6 = 12 af, dus 18 × 6 = 120 − 12 = 108.
De volgorde maakt niet uit: 7 × 18 is hetzelfde als 18 × 7. Rond 18 af naar 20: 20 × 7 = 140. Haal er dan 2 × 7 = 14 af, dus 18 × 7 = 140 − 14 = 126.
Rond 18 af naar 20: 20 × 12 = 240. Haal er dan 2 × 12 = 24 af, dus 18 × 12 = 240 − 24 = 216.
Rond 18 af naar 20: 20 × 17 = 340. Haal er dan 2 × 17 = 34 af, dus 18 × 17 = 340 − 34 = 306.
Vraag hoe vaak 18 in 144 past. Je weet dat 18 × 8 = 144, dus het antwoord is 8.
Vraag hoe vaak 18 in 252 past. Deel om het te vinden: 252 ÷ 18 = 14.
Zien dat een verhaal 18 × iets nodig heeft is een vaardigheid op zich. Reken elke som eerst zelf uit en open dan pas het antwoord.
Daan spaart elke week 18 munten. Hoeveel munten heeft hij na 4 weken?
126 kinderen willen spelen. Elk team heeft 18 spelers nodig. Hoeveel teams kunnen ze maken?
In een bakje passen 18 cupcakes. Hoeveel cupcakes passen er in 9 bakjes?
In een pakje zitten 18 potloden. De juf koopt 12 pakjes. Hoeveel potloden zijn dat?
270 stickers worden eerlijk verdeeld over 18 kinderen. Hoeveel stickers krijgt elk kind?
Een boerderij doet 108 eieren in dozen van 18. Hoeveel dozen vult de boer?
Zeg elk antwoord hardop voordat je het opent. Heb je ze alle tien goed, probeer dan de test van 60 seconden hierboven.
Heb je grotere sommen nodig? Bekijk de volledige lijst van de tafel van 18 tot een van deze getallen.
Maak een blad met een of meer volledige tafels om uit te leren, of met gaten om in te vullen. Print het, sla het op als PDF via het printvenster of download een plaatje.
Maak een echte toets: meng soorten vragen, voeg redactiesommen en een tijdslimiet toe en print een apart antwoordenblad om na te kijken. Elke keer dat je op Nieuwe toets drukt, krijg je een nieuwe toets.
Elke som die je hier leert, komt ook in een andere tafel voor — 18 × 7 staat ook in de tafel van 7.