Splitsen: 20 + 2
Splits 22 in 20 en 2: reken de tafel van 20 en de tafel van 2 uit en tel de uitkomsten op.
22 × 7 = 140 + 14 = 154
Jouw voortgang
Scores worden alleen op dit apparaat bewaard — geen account nodig.
Zie 22 als 20 + 2 en de tafel van 22 wordt twee tafels die je al kent: de tafel van 20 en de tafel van 2. Leer hem hier met zeven oefeningen, trucs, uitgewerkte voorbeelden en printbare werkbladen.
Splits 22 in 20 en 2: reken de tafel van 20 en de tafel van 2 uit en tel de uitkomsten op. Splits 22 in 20 en 2. 20 × 7 = 140 en 2 × 7 = 14, dus 22 × 7 = 140 + 14 = 154.
Werk de oefeningen van links naar rechts af. Elke oefening vraagt iets meer van je en als je klaar bent, verschijnt er een vinkje. Je voortgang wordt op dit apparaat bewaard.
Kies de truc die bij jou past. Elke truc is een andere weg naar dezelfde uitkomst.
Splits 22 in 20 en 2: reken de tafel van 20 en de tafel van 2 uit en tel de uitkomsten op.
22 × 7 = 140 + 14 = 154
22 is het dubbele van 11, dus reken de uitkomst van de tafel van 11 uit en verdubbel die.
11 × 7 = 77, dus 22 × 7 = 154
Ken je de tafel van 21? Tel er nog één keer bij op: 22 × 7 is 21 × 7 plus 7.
147 + 7 = 154
Elke uitkomst in de tafel van 22 is een even getal, dus ze eindigt op 0, 2, 4, 6 of 8. Een oneven uitkomst is altijd fout.
22, 44, 66, 88, 110
Kijk naar het laatste cijfer van elke uitkomst van 22 × 1 tot 22 × 10. Hetzelfde patroon herhaalt zich bij de volgende tien uitkomsten, dus je hoeft het maar één keer te leren.
2, 4, 6, 8, 0, 2, 4, 6, 8, 0
22 × 3 is hetzelfde als 3 × 22. Ken je de tafel van 3, dan ken je deze som al, en dat geldt voor elke tafel die je al hebt geleerd.
3 × 22 = 22 × 3 = 66
Hoe elke uitkomst wordt gevonden, stap voor stap.
Splits 22 in 20 en 2. 20 × 6 = 120 en 2 × 6 = 12, dus 22 × 6 = 120 + 12 = 132.
De volgorde maakt niet uit: 7 × 22 is hetzelfde als 22 × 7. Splits 22 in 20 en 2. 20 × 7 = 140 en 2 × 7 = 14, dus 22 × 7 = 140 + 14 = 154.
Splits 22 in 20 en 2. 20 × 12 = 240 en 2 × 12 = 24, dus 22 × 12 = 240 + 24 = 264.
Splits 22 in 20 en 2. 20 × 17 = 340 en 2 × 17 = 34, dus 22 × 17 = 340 + 34 = 374.
Vraag hoe vaak 22 in 176 past. Je weet dat 22 × 8 = 176, dus het antwoord is 8.
Vraag hoe vaak 22 in 308 past. Deel om het te vinden: 308 ÷ 22 = 14.
Zien dat een verhaal 22 × iets nodig heeft is een vaardigheid op zich. Reken elke som eerst zelf uit en open dan pas het antwoord.
In een bakje passen 22 cupcakes. Hoeveel cupcakes passen er in 4 bakjes?
In een pakje zitten 22 potloden. De juf koopt 7 pakjes. Hoeveel potloden zijn dat?
198 stickers worden eerlijk verdeeld over 22 kinderen. Hoeveel stickers krijgt elk kind?
Een boerderij doet 264 eieren in dozen van 22. Hoeveel dozen vult de boer?
Daan spaart elke week 22 munten. Hoeveel munten heeft hij na 15 weken?
132 kinderen willen spelen. Elk team heeft 22 spelers nodig. Hoeveel teams kunnen ze maken?
Zeg elk antwoord hardop voordat je het opent. Heb je ze alle tien goed, probeer dan de test van 60 seconden hierboven.
Heb je grotere sommen nodig? Bekijk de volledige lijst van de tafel van 22 tot een van deze getallen.
Maak een blad met een of meer volledige tafels om uit te leren, of met gaten om in te vullen. Print het, sla het op als PDF via het printvenster of download een plaatje.
Maak een echte toets: meng soorten vragen, voeg redactiesommen en een tijdslimiet toe en print een apart antwoordenblad om na te kijken. Elke keer dat je op Nieuwe toets drukt, krijg je een nieuwe toets.
Elke som die je hier leert, komt ook in een andere tafel voor — 22 × 7 staat ook in de tafel van 7.