Gebruik de tafel van 2 en zet er een nul achter
20 is 2 tienen, dus reken de uitkomst van de tafel van 2 uit en zet er een nul achter.
20 × 7 = 14 × 10 = 140
Jouw voortgang
Scores worden alleen op dit apparaat bewaard — geen account nodig.
De tafel van 20 is de tafel van 2 met een nul erachter: 20 is gewoon 2 tienen. Leer hem hier met zeven oefeningen, trucs, uitgewerkte voorbeelden en printbare werkbladen.
20 is 2 tienen, dus reken de uitkomst van de tafel van 2 uit en zet er een nul achter. Reken 2 × 7 = 14 uit en zet er een nul achter: 140.
Werk de oefeningen van links naar rechts af. Elke oefening vraagt iets meer van je en als je klaar bent, verschijnt er een vinkje. Je voortgang wordt op dit apparaat bewaard.
Kies de truc die bij jou past. Elke truc is een andere weg naar dezelfde uitkomst.
20 is 2 tienen, dus reken de uitkomst van de tafel van 2 uit en zet er een nul achter.
20 × 7 = 14 × 10 = 140
20 is het dubbele van 10, dus reken de uitkomst van de tafel van 10 uit en verdubbel die.
10 × 7 = 70, dus 20 × 7 = 140
Ken je de tafel van 19? Tel er nog één keer bij op: 20 × 7 is 19 × 7 plus 7.
133 + 7 = 140
Elke uitkomst in de tafel van 20 is een even getal, dus ze eindigt op 0, 2, 4, 6 of 8. Een oneven uitkomst is altijd fout.
20, 40, 60, 80, 100
20 × 3 is hetzelfde als 3 × 20. Ken je de tafel van 3, dan ken je deze som al, en dat geldt voor elke tafel die je al hebt geleerd.
3 × 20 = 20 × 3 = 60
Elke uitkomst is 20 meer dan de vorige, dus je kunt altijd verder tellen vanaf een som die je kent.
20, 40, 60, 80, 100
Hoe elke uitkomst wordt gevonden, stap voor stap.
Reken 2 × 6 = 12 uit en zet er een nul achter: 120.
De volgorde maakt niet uit: 7 × 20 is hetzelfde als 20 × 7. Reken 2 × 7 = 14 uit en zet er een nul achter: 140.
Reken 2 × 12 = 24 uit en zet er een nul achter: 240.
Reken 2 × 17 = 34 uit en zet er een nul achter: 340.
Vraag hoe vaak 20 in 160 past. Je weet dat 20 × 8 = 160, dus het antwoord is 8.
Vraag hoe vaak 20 in 280 past. Deel om het te vinden: 280 ÷ 20 = 14.
Zien dat een verhaal 20 × iets nodig heeft is een vaardigheid op zich. Reken elke som eerst zelf uit en open dan pas het antwoord.
80 kinderen willen spelen. Elk team heeft 20 spelers nodig. Hoeveel teams kunnen ze maken?
In een bakje passen 20 cupcakes. Hoeveel cupcakes passen er in 7 bakjes?
In een pakje zitten 20 potloden. De juf koopt 9 pakjes. Hoeveel potloden zijn dat?
240 stickers worden eerlijk verdeeld over 20 kinderen. Hoeveel stickers krijgt elk kind?
Een boerderij doet 300 eieren in dozen van 20. Hoeveel dozen vult de boer?
Daan spaart elke week 20 munten. Hoeveel munten heeft hij na 6 weken?
Zeg elk antwoord hardop voordat je het opent. Heb je ze alle tien goed, probeer dan de test van 60 seconden hierboven.
Heb je grotere sommen nodig? Bekijk de volledige lijst van de tafel van 20 tot een van deze getallen.
Maak een blad met een of meer volledige tafels om uit te leren, of met gaten om in te vullen. Print het, sla het op als PDF via het printvenster of download een plaatje.
Maak een echte toets: meng soorten vragen, voeg redactiesommen en een tijdslimiet toe en print een apart antwoordenblad om na te kijken. Elke keer dat je op Nieuwe toets drukt, krijg je een nieuwe toets.
Elke som die je hier leert, komt ook in een andere tafel voor — 20 × 7 staat ook in de tafel van 7.