Alles keer 1
Als je met 1 vermenigvuldigt, blijft een getal precies zoals het is. Eén keer 8 is gewoon 8.
1 × 8 = 8
Jouw voortgang
Scores worden alleen op dit apparaat bewaard — geen account nodig.
De tafel van 1 is de makkelijkste van allemaal: elke uitkomst is het getal waarmee je begon. Leer hem hier met zeven oefeningen, trucs, uitgewerkte voorbeelden en printbare werkbladen.
Een getal keer 1 blijft precies hetzelfde. Eén keer 7 is gewoon 7.
Werk de oefeningen van links naar rechts af. Elke oefening vraagt iets meer van je en als je klaar bent, verschijnt er een vinkje. Je voortgang wordt op dit apparaat bewaard.
Kies de truc die bij jou past. Elke truc is een andere weg naar dezelfde uitkomst.
Als je met 1 vermenigvuldigt, blijft een getal precies zoals het is. Eén keer 8 is gewoon 8.
1 × 8 = 8
Eén groepje met niets erin is niets, en niets keer wat dan ook is nog steeds niets.
1 × 0 = 0
Als je een getal verdeelt in groepjes van 1, krijg je evenveel groepjes als het getal zelf, dus delen door 1 verandert ook niets.
8 ÷ 1 = 8
1 × 3 is hetzelfde als 3 × 1. Ken je de tafel van 3, dan ken je deze som al, en dat geldt voor elke tafel die je al hebt geleerd.
3 × 1 = 1 × 3 = 3
Elke uitkomst is 1 meer dan de vorige, dus je kunt altijd verder tellen vanaf een som die je kent.
1, 2, 3, 4, 5
1 × 1 = 1 is een kwadraat: 1 rijen van 1 vormen een perfect vierkant. Kwadraatsommen zijn goede ankers om vanuit te rekenen.
1 × 1 = 1
Hoe elke uitkomst wordt gevonden, stap voor stap.
Eén keer 6 is gewoon 6.
De volgorde maakt niet uit: 7 × 1 is hetzelfde als 1 × 7. Eén keer 7 is gewoon 7.
Eén keer 12 is gewoon 12.
Eén keer 17 is gewoon 17.
Vraag hoe vaak 1 in 8 past. Je weet dat 1 × 8 = 8, dus het antwoord is 8.
Vraag hoe vaak 1 in 14 past. Deel om het te vinden: 14 ÷ 1 = 14.
Zien dat een verhaal 1 × iets nodig heeft is een vaardigheid op zich. Reken elke som eerst zelf uit en open dan pas het antwoord.
In de schoolhal staan 4 rijen stoelen met 1 stoel in elke rij. Hoeveel stoelen zijn dat?
Mila leest elke dag 1 bladzijde, 7 dagen lang. Hoeveel bladzijden leest ze?
In elk busje kan 1 kind. Hoeveel kinderen kunnen er mee in 9 busjes?
In een tuin staan 12 rijen tulpen met 1 tulp in elke rij. Hoeveel tulpen zijn dat?
Elke toren is 1 blok hoog. Sem bouwt 15 torens. Hoeveel blokken gebruikt hij?
Een lint van 6 cm lang wordt geknipt in stukken van 1 cm. Hoeveel stukken zijn dat?
Zeg elk antwoord hardop voordat je het opent. Heb je ze alle tien goed, probeer dan de test van 60 seconden hierboven.
Heb je grotere sommen nodig? Bekijk de volledige lijst van de tafel van 1 tot een van deze getallen.
Maak een blad met een of meer volledige tafels om uit te leren, of met gaten om in te vullen. Print het, sla het op als PDF via het printvenster of download een plaatje.
Maak een echte toets: meng soorten vragen, voeg redactiesommen en een tijdslimiet toe en print een apart antwoordenblad om na te kijken. Elke keer dat je op Nieuwe toets drukt, krijg je een nieuwe toets.
Elke som die je hier leert, komt ook in een andere tafel voor — 1 × 7 staat ook in de tafel van 7.