Verdubbel de tafel van 8
16 is het dubbele van 8, dus reken de uitkomst van de tafel van 8 uit en verdubbel die.
16 × 7 = 2 × 56 = 112
Jouw voortgang
Scores worden alleen op dit apparaat bewaard — geen account nodig.
16 is het dubbele van 8, dus elke uitkomst van de tafel van 16 is een verdubbelde uitkomst van de tafel van 8. Leer hem hier met zeven oefeningen, trucs, uitgewerkte voorbeelden en printbare werkbladen.
16 is het dubbele van 8, dus reken de uitkomst van de tafel van 8 uit en verdubbel die. Reken 8 × 7 = 56 uit en verdubbel dat: 56 + 56 = 112.
Werk de oefeningen van links naar rechts af. Elke oefening vraagt iets meer van je en als je klaar bent, verschijnt er een vinkje. Je voortgang wordt op dit apparaat bewaard.
Kies de truc die bij jou past. Elke truc is een andere weg naar dezelfde uitkomst.
16 is het dubbele van 8, dus reken de uitkomst van de tafel van 8 uit en verdubbel die.
16 × 7 = 2 × 56 = 112
Ken je de tafel van 15? Tel er nog één keer bij op: 16 × 7 is 15 × 7 plus 7.
105 + 7 = 112
Elke uitkomst in de tafel van 16 is een even getal, dus ze eindigt op 0, 2, 4, 6 of 8. Een oneven uitkomst is altijd fout.
16, 32, 48, 64, 80
Kijk naar het laatste cijfer van elke uitkomst van 16 × 1 tot 16 × 10. Hetzelfde patroon herhaalt zich bij de volgende tien uitkomsten, dus je hoeft het maar één keer te leren.
6, 2, 8, 4, 0, 6, 2, 8, 4, 0
16 × 3 is hetzelfde als 3 × 16. Ken je de tafel van 3, dan ken je deze som al, en dat geldt voor elke tafel die je al hebt geleerd.
3 × 16 = 16 × 3 = 48
Elke uitkomst is 16 meer dan de vorige, dus je kunt altijd verder tellen vanaf een som die je kent.
16, 32, 48, 64, 80
Hoe elke uitkomst wordt gevonden, stap voor stap.
Reken 8 × 6 = 48 uit en verdubbel dat: 48 + 48 = 96.
De volgorde maakt niet uit: 7 × 16 is hetzelfde als 16 × 7. Reken 8 × 7 = 56 uit en verdubbel dat: 56 + 56 = 112.
Reken 8 × 12 = 96 uit en verdubbel dat: 96 + 96 = 192.
Reken 8 × 17 = 136 uit en verdubbel dat: 136 + 136 = 272.
Vraag hoe vaak 16 in 128 past. Je weet dat 16 × 8 = 128, dus het antwoord is 8.
Vraag hoe vaak 16 in 224 past. Deel om het te vinden: 224 ÷ 16 = 14.
Zien dat een verhaal 16 × iets nodig heeft is een vaardigheid op zich. Reken elke som eerst zelf uit en open dan pas het antwoord.
Een boerderij doet 64 eieren in dozen van 16. Hoeveel dozen vult de boer?
Daan spaart elke week 16 munten. Hoeveel munten heeft hij na 7 weken?
144 kinderen willen spelen. Elk team heeft 16 spelers nodig. Hoeveel teams kunnen ze maken?
In een bakje passen 16 cupcakes. Hoeveel cupcakes passen er in 12 bakjes?
In een pakje zitten 16 potloden. De juf koopt 15 pakjes. Hoeveel potloden zijn dat?
96 stickers worden eerlijk verdeeld over 16 kinderen. Hoeveel stickers krijgt elk kind?
Zeg elk antwoord hardop voordat je het opent. Heb je ze alle tien goed, probeer dan de test van 60 seconden hierboven.
Heb je grotere sommen nodig? Bekijk de volledige lijst van de tafel van 16 tot een van deze getallen.
Maak een blad met een of meer volledige tafels om uit te leren, of met gaten om in te vullen. Print het, sla het op als PDF via het printvenster of download een plaatje.
Maak een echte toets: meng soorten vragen, voeg redactiesommen en een tijdslimiet toe en print een apart antwoordenblad om na te kijken. Elke keer dat je op Nieuwe toets drukt, krijg je een nieuwe toets.
Elke som die je hier leert, komt ook in een andere tafel voor — 16 × 7 staat ook in de tafel van 7.