Splitsen: 20 + 3
Splits 23 in 20 en 3: reken de tafel van 20 en de tafel van 3 uit en tel de uitkomsten op.
23 × 7 = 140 + 21 = 161
Jouw voortgang
Scores worden alleen op dit apparaat bewaard — geen account nodig.
Zie 23 als 20 + 3 en de tafel van 23 wordt twee tafels die je al kent: de tafel van 20 en de tafel van 3. Leer hem hier met zeven oefeningen, trucs, uitgewerkte voorbeelden en printbare werkbladen.
Splits 23 in 20 en 3: reken de tafel van 20 en de tafel van 3 uit en tel de uitkomsten op. Splits 23 in 20 en 3. 20 × 7 = 140 en 3 × 7 = 21, dus 23 × 7 = 140 + 21 = 161.
Werk de oefeningen van links naar rechts af. Elke oefening vraagt iets meer van je en als je klaar bent, verschijnt er een vinkje. Je voortgang wordt op dit apparaat bewaard.
Kies de truc die bij jou past. Elke truc is een andere weg naar dezelfde uitkomst.
Splits 23 in 20 en 3: reken de tafel van 20 en de tafel van 3 uit en tel de uitkomsten op.
23 × 7 = 140 + 21 = 161
Ken je de tafel van 22? Tel er nog één keer bij op: 23 × 7 is 22 × 7 plus 7.
154 + 7 = 161
Kijk naar het laatste cijfer van elke uitkomst van 23 × 1 tot 23 × 10. Hetzelfde patroon herhaalt zich bij de volgende tien uitkomsten, dus je hoeft het maar één keer te leren.
3, 6, 9, 2, 5, 8, 1, 4, 7, 0
23 × 3 is hetzelfde als 3 × 23. Ken je de tafel van 3, dan ken je deze som al, en dat geldt voor elke tafel die je al hebt geleerd.
3 × 23 = 23 × 3 = 69
Elke uitkomst is 23 meer dan de vorige, dus je kunt altijd verder tellen vanaf een som die je kent.
23, 46, 69, 92, 115
23 × 23 = 529 is een kwadraat: 23 rijen van 23 vormen een perfect vierkant. Kwadraatsommen zijn goede ankers om vanuit te rekenen.
23 × 23 = 529
Hoe elke uitkomst wordt gevonden, stap voor stap.
Splits 23 in 20 en 3. 20 × 6 = 120 en 3 × 6 = 18, dus 23 × 6 = 120 + 18 = 138.
De volgorde maakt niet uit: 7 × 23 is hetzelfde als 23 × 7. Splits 23 in 20 en 3. 20 × 7 = 140 en 3 × 7 = 21, dus 23 × 7 = 140 + 21 = 161.
Splits 23 in 20 en 3. 20 × 12 = 240 en 3 × 12 = 36, dus 23 × 12 = 240 + 36 = 276.
Splits 23 in 20 en 3. 20 × 17 = 340 en 3 × 17 = 51, dus 23 × 17 = 340 + 51 = 391.
Vraag hoe vaak 23 in 184 past. Je weet dat 23 × 8 = 184, dus het antwoord is 8.
Vraag hoe vaak 23 in 322 past. Deel om het te vinden: 322 ÷ 23 = 14.
Zien dat een verhaal 23 × iets nodig heeft is een vaardigheid op zich. Reken elke som eerst zelf uit en open dan pas het antwoord.
Een lint van 92 cm lang wordt geknipt in stukken van 23 cm. Hoeveel stukken zijn dat?
In de schoolhal staan 7 rijen stoelen met 23 stoelen in elke rij. Hoeveel stoelen zijn dat?
Mila leest elke dag 23 bladzijden, 9 dagen lang. Hoeveel bladzijden leest ze?
In elk busje kunnen 23 kinderen. Hoeveel kinderen kunnen er mee in 12 busjes?
In een tuin staan 15 rijen tulpen met 23 tulpen in elke rij. Hoeveel tulpen zijn dat?
Elke toren is 23 blokken hoog. Sem bouwt 6 torens. Hoeveel blokken gebruikt hij?
Zeg elk antwoord hardop voordat je het opent. Heb je ze alle tien goed, probeer dan de test van 60 seconden hierboven.
Heb je grotere sommen nodig? Bekijk de volledige lijst van de tafel van 23 tot een van deze getallen.
Maak een blad met een of meer volledige tafels om uit te leren, of met gaten om in te vullen. Print het, sla het op als PDF via het printvenster of download een plaatje.
Maak een echte toets: meng soorten vragen, voeg redactiesommen en een tijdslimiet toe en print een apart antwoordenblad om na te kijken. Elke keer dat je op Nieuwe toets drukt, krijg je een nieuwe toets.
Elke som die je hier leert, komt ook in een andere tafel voor — 23 × 7 staat ook in de tafel van 7.