Tafel van 26

Zie 26 als 20 + 6 en de tafel van 26 wordt twee tafels die je al kent: de tafel van 20 en de tafel van 6. Leer hem hier met zeven oefeningen, trucs, uitgewerkte voorbeelden en printbare werkbladen.

De tafel van 26

  • 26×1=26
  • 26×2=52
  • 26×3=78
  • 26×4=104
  • 26×5=130
  • 26×6=156
  • 26×7=182
  • 26×8=208
  • 26×9=234
  • 26×10=260
  • 26×11=286
  • 26×12=312
  • 26×13=338
  • 26×14=364
  • 26×15=390
  • 26×16=416
  • 26×17=442
  • 26×18=468
  • 26×19=494
  • 26×20=520

Splits 26 in 20 en 6: reken de tafel van 20 en de tafel van 6 uit en tel de uitkomsten op. Splits 26 in 20 en 6. 20 × 7 = 140 en 6 × 7 = 42, dus 26 × 7 = 140 + 42 = 182.

Zeven manieren om te oefenen

Werk de oefeningen van links naar rechts af. Elke oefening vraagt iets meer van je en als je klaar bent, verschijnt er een vinkje. Je voortgang wordt op dit apparaat bewaard.

Jouw voortgang 0 van 7 klaar

Trucs voor de tafel van 26

Kies de truc die bij jou past. Elke truc is een andere weg naar dezelfde uitkomst.

Splitsen: 20 + 6

Splits 26 in 20 en 6: reken de tafel van 20 en de tafel van 6 uit en tel de uitkomsten op.

26 × 7 = 140 + 42 = 182

Verdubbel de tafel van 13

26 is het dubbele van 13, dus reken de uitkomst van de tafel van 13 uit en verdubbel die.

13 × 7 = 91, dus 26 × 7 = 182

Gebruik de tafel ervoor

Ken je de tafel van 25? Tel er nog één keer bij op: 26 × 7 is 25 × 7 plus 7.

175 + 7 = 182

Elke uitkomst is even

Elke uitkomst in de tafel van 26 is een even getal, dus ze eindigt op 0, 2, 4, 6 of 8. Een oneven uitkomst is altijd fout.

26, 52, 78, 104, 130

De laatste cijfers herhalen zich

Kijk naar het laatste cijfer van elke uitkomst van 26 × 1 tot 26 × 10. Hetzelfde patroon herhaalt zich bij de volgende tien uitkomsten, dus je hoeft het maar één keer te leren.

6, 2, 8, 4, 0, 6, 2, 8, 4, 0

Draai het om

26 × 3 is hetzelfde als 3 × 26. Ken je de tafel van 3, dan ken je deze som al, en dat geldt voor elke tafel die je al hebt geleerd.

3 × 26 = 26 × 3 = 78

Uitgewerkte voorbeelden

Hoe elke uitkomst wordt gevonden, stap voor stap.

26 × 6

Splits 26 in 20 en 6. 20 × 6 = 120 en 6 × 6 = 36, dus 26 × 6 = 120 + 36 = 156.

26 × 6 = 120 + 36 = 156

7 × 26

De volgorde maakt niet uit: 7 × 26 is hetzelfde als 26 × 7. Splits 26 in 20 en 6. 20 × 7 = 140 en 6 × 7 = 42, dus 26 × 7 = 140 + 42 = 182.

7 × 26 = 182

26 × 12

Splits 26 in 20 en 6. 20 × 12 = 240 en 6 × 12 = 72, dus 26 × 12 = 240 + 72 = 312.

26 × 12 = 240 + 72 = 312

26 × 17

Splits 26 in 20 en 6. 20 × 17 = 340 en 6 × 17 = 102, dus 26 × 17 = 340 + 102 = 442.

26 × 17 = 340 + 102 = 442

208 ÷ 26

Vraag hoe vaak 26 in 208 past. Je weet dat 26 × 8 = 208, dus het antwoord is 8.

208 ÷ 26 = 8

26 × ? = 364

Vraag hoe vaak 26 in 364 past. Deel om het te vinden: 364 ÷ 26 = 14.

26 × 14 = 364

Redactiesommen bij de tafel van 26

Zien dat een verhaal 26 × iets nodig heeft is een vaardigheid op zich. Reken elke som eerst zelf uit en open dan pas het antwoord.

Stickers verdelen

104 stickers worden eerlijk verdeeld over 26 kinderen. Hoeveel stickers krijgt elk kind?

Toon het antwoord
Stickers: 104 ÷ 26 = 4

Dozen eieren

Een boerderij doet 182 eieren in dozen van 26. Hoeveel dozen vult de boer?

Toon het antwoord
Dozen: 182 ÷ 26 = 7

Sparen

Daan spaart elke week 26 munten. Hoeveel munten heeft hij na 9 weken?

Toon het antwoord
Munten: 26 × 9 = 234

Teams kiezen

312 kinderen willen spelen. Elk team heeft 26 spelers nodig. Hoeveel teams kunnen ze maken?

Toon het antwoord
Teams: 312 ÷ 26 = 12

Bakjes cupcakes

In een bakje passen 26 cupcakes. Hoeveel cupcakes passen er in 15 bakjes?

Toon het antwoord
Cupcakes: 26 × 15 = 390

Pakjes potloden

In een pakje zitten 26 potloden. De juf koopt 6 pakjes. Hoeveel potloden zijn dat?

Toon het antwoord
Potloden: 26 × 6 = 156

Test jezelf: 10 vragen met antwoorden

Zeg elk antwoord hardop voordat je het opent. Heb je ze alle tien goed, probeer dan de test van 60 seconden hierboven.

1. Hoeveel is 26 × 8?
208. Acht keer 26.
2. Welk getal keer 26 is 130?
5. 130 ÷ 26 = 5.
3. Is 26 × 11 = 287?
Nee, het is 286. 26 × 10 = 260 is een goed beginpunt, tel er dan nog één keer 26 bij op.
4. Hoe vaak past 26 in 234?
9. 9 × 26 = 234.
5. Hoeveel is 26 × 0?
0. Geen enkele groep van 26 is helemaal niets.
6. Hoeveel is 26 × 15?
390. Tien keer 26 plus vijf keer 26.
7. Hoeveel is 338 ÷ 26?
13. 26 × 13 = 338.
8. Wat is groter: 26 × 9 of 9 × 27?
9 × 27 = 243. Het is precies 9 groter dan 26 × 9 = 234.
9. Wat komt hierna: 156, 182, 208, …?
234. Als je in sprongen van 26 telt, komt er steeds 26 bij.
10. Als 26 × k = 416, wat is dan k?
16. 416 ÷ 26 = 16.

Generator voor tafelbladen

Maak een blad met een of meer volledige tafels om uit te leren, of met gaten om in te vullen. Print het, sla het op als PDF via het printvenster of download een plaatje.

Tafels
Voorbeeld

Generator voor tafeltoetsen

Maak een echte toets: meng soorten vragen, voeg redactiesommen en een tijdslimiet toe en print een apart antwoordenblad om na te kijken. Elke keer dat je op Nieuwe toets drukt, krijg je een nieuwe toets.

Tafels
Aantal vragen
Soorten vragen
Voorbeeld

Vragen over de tafel van 26

Wat is de tafel van 26?
De tafel van 26 is de lijst met uitkomsten die je krijgt als je 26 met andere getallen vermenigvuldigt: 26 × 1 = 26, 26 × 2 = 52, 26 × 3 = 78, 26 × 4 = 104, 26 × 5 = 130, 26 × 6 = 156, 26 × 7 = 182, 26 × 8 = 208, 26 × 9 = 234, 26 × 10 = 260.
Wat is de truc voor de tafel van 26?
Splits 26 in 20 en 6: reken de tafel van 20 en de tafel van 6 uit en tel de uitkomsten op. Bijvoorbeeld: 26 × 7 = 140 + 42 = 182.
Hoeveel is 26 × 12?
26 × 12 = 312. Een manier om het uit te rekenen: 26 × 12 = 240 + 72 = 312.
Hoe kan ik de tafel van 26 snel leren?
Leer eerst het patroon en oefen dan elke dag een beetje. Werk de zeven oefeningen op deze pagina op volgorde af: vul de tafel in, hussel hem, koppel de uitkomsten en race dan tegen de klok. Vijf minuten per dag is voor de meeste kinderen genoeg om de tafel van 26 binnen een of twee weken te kennen.
Welke tafel moet ik leren na de tafel van 26?
Een goede volgende stap is de tafel van 27. Elke nieuwe tafel leent sommen die je al kent, dus het wordt elke keer makkelijker.